Hoe erg is het gesteld met participatie?

Het blijft gissen met vaag rapport Nationale Ombudsman

Gemeenten staan nogal eens met hun rug naar de burger als het gaat om participatie. Dat is de belangrijkste conclusie van de Nationale Ombudsman in het recent verschenen rapport over gemeentelijke inspraak. De drie meest voorkomende klachten van burgers: de politiek heeft al besloten, de burgers worden er te laat bij betrokken en de inbreng van burgers wordt genegeerd. Voor degenen die regelmatig met inspraak en participatie van doen hebben, zijn dit bekende klachten.

De Nationale Ombudsman vindt dat het beter moet en geeft een aantal spelregels voor burgerparticipatie. Zoals: vooraf heldere keuzes maken over het proces, een constructieve houding aannemen en iedereen goed informeren! Helaas wel heel algemeen en voor de hand liggend, maar daarom niet minder nuttig.

Hoe nuttig en waardevol het rapport van de Nationale Ombudsman ook is, een aantal onvolkomenheden valt wel op. Vooral in de rapportage. De Ombudsman baseert zich op de binnengekomen klachten van “het laatste jaar”, op de reacties van burgers op haar site van 17 november tot 24 december 2008. Maar nergens in het rapport staan cijfers over het aantal klachten. Wel een opsomming van de meest gehoorde klachten inclusief citaten, maar het blijft gissen naar de aantallen.

Ook heeft de ombudsman zich gebaseerd op reacties van “vele” gemeentelijke ombudsmannen. Hoeveel ombudsmannen zou veel zijn? Het gebrek aan feitelijke informatie over de klachten maakt het rapport vaag. Hoe erg is het nou gesteld met de participatie? We komen het niet te weten. En dat is jammer, want daarvoor gaat ons het zinvolle gebruik van inspraak en participatie te zeer ter harte.

Marc van Wingerden, 6 oktober 2009

Klik hier voor het rapport van de nationale ombudsman

Meer nieuws